De Steenfabriek in Udenhout is sinds november 2004 in herbruik genomen door Kunstenaars. Terwijl de politiek van Gemeente Tilburg discussieerde over Culturele Broedplaatsen op de Cultuurbijeenkomst in O13 te Tilburg en goede sier maakt met plannen en nota's hebben wij een heus Cultureel Broednest gecreëerd tussen de Natuurbroednesten van de Leemputten en de Brand.
Een woongroep met mobiele huisvesting, die ongebruikte leegstaande ruimten en locaties ombruikt tot nieuwe funkties. In het wonen schuilt de kern van hun kunstwerk. Ze wonen dan ook in sociaal communeverband in Mongoolse Gertenten die ze zelf op ambachtelijke manier bouwen op de plek waar ze wonen. Waar die ook is...
De Ger of Yurt stamt uit Mongolië, waar hij nog steeds gebruikt wordt door nomadische herdersvolken. Hij is dan ook snel op te bouwen en af te breken en kan met paarden vervoerd worden zonder wagens. Hij is bovendien goed geïsoleerd en geventileerd. Er kan een kachel in branden er zit een houten deur in en er is daglicht via een topraam. Er zijn geen scheerlijnen nodig of lange palen. Ze hebben een doorsnee van vier tot negen meter en je kunt er bijna overal rechtop in staan. Hier worden ze meestal vervoerd op een aanhangwagentje dat gemaakt is van een afgedankte caravan.
De woongroep wordt gevormd door mensen van alle leeftijden. Er zijn zowel singles als stellen met kinderen bij. Vaak verblijven er ook tijdelijke bewoners en logees, die soms hun eigen woonruimte meebrengen. Er wordt gezamenlijk ingekocht, gekookt en gegeten. Over het algemeen biologisch en vegetarisch, maar niet iedereen. Zoals ook sommigen roken of alcohol gebruiken en anderen niet. Er is kortom een individuele invulling van de levensstijl, maar een gezamenlijk denken en idealen. Het mobiele karakter van hun huisvesting nodigt hiertoe ook uit. Zo wil de groep tot oplossingen komen die je in gevestigde structuren niet zo gauw zult bedenken.De groep is aan verandering onderhevig door instroom en uitstroom.
Duurzaamheid is de basisgedachte van het ombruiken of hergebruiken van onbenutte gebouwen en plekken. Liever dan een nieuwe werkplaats te bouwen, met weer een belasting van de natuurlijke bronnen en milieu, maakt een woonkunstenaar gebruik van een leegstaand, bestaand iets. Leegstand en afbraak zijn een kapitaalsvernietiging van het milieu. Zelfs als al het puin gerecycled wordt tot nieuwe produkten. Een oude Zengedachte ligt hieraan ten grondslag: het grootste nut van het zijn openbaart zich in het niet zijn. Oftewel: je gebruikt de ruimte die omsloten wordt door de stenen, niet de stenen zelf. Van leegstaande fabriek tot een werkend kunstenaarsdorp is er een voorbeeld van. Zoiets als van kernreactor tot pretpark, maar dan anders. In je eigen levensonderhoud (gaan) voorzien met verantwoordelijkheid naar anderen toe is een tweede belangrijk uitgangspunt. Middels het (leren) bouwen van een Ger werken mensen aan hun eigen bestaan of komen bij van een jachtig leven. Andersom werken ook mensen uit de groep deels in de 'buiten'wereld.
Het bouwen van Gertenten is de hoofdactiviteit. Het leren bouwen van een tent aan anderen komt meteen daarna. Soms leert iemand een tent te bouwen om aan zichzelf te bouwen. Er is een ijzer-, hout- en textielwerkplaats. Daarnaast heeft ieder zijn eigen talenten en specialiteiten, zoals theater maken, pottenbakken, broodbakken, geneeskunst (reiki, shiatsu, zorg), biologische landbouw en duurzaam bouwen. Er is een facilitaire groep die het externe gebruik van Gertenten op festivals en feesten en bijeenkomsten verzorgt, van administratie tot vervoer en bouwploeg. Het aanbieden van een cultureel of educatief programma in de tenten hoort tot de mogelijkheden. Ook de werkplaatsen verzorgen ambachtelijk werk voor anderen.